Uit die bepaling vloeit voort dat de door de uitvoerende macht genomen noodzakelijke maatregelen in geval van bedreiging voor de bevoorradingszekerheid inzake elektriciteit in beginsel niet konden afwijken van het tijdschema voor de geleidelijke uitstap uit kernenergie, waaronder het tijdschema van de beoogde desactiveringen, tenzij in geval van overmacht.
Il résulte de cette disposition que les mesures nécessaires adoptées par le pouvoir exécutif en cas de menace pour la sécurité d'approvisionnement en matière d'électricité ne pouvaient en principe pas déroger au calendrier de la sortie progressive du nucléaire, dont le calendrier des désactivations prévues, sauf en cas de force majeure.