Voorts wordt niet op onevenredige wijze afbreuk gedaan aan de gewettigde verwachtingen van de betrokken werknemers, aangezien de verhoging van de wettelijke leeftijd voor het rustpensioen naar 66 jaar is voorzien vanaf 2025, terwijl die naar 67 jaar is voorzien vanaf 2030.
Il n'est du reste pas porté atteinte de manière disproportionnée aux attentes légitimes des travailleurs concernés dès lors que le recul de l'âge légal d'accès à la pension de retraite à 66 ans est prévu à partir de 2025 tandis que celui de 67 ans est prévu à partir de 2030.