Boost Your Productivity!Translate documents (Ms-Word, Ms-Excel, ...) faster and better thanks to artificial intelligence!
https://pro.wordscope.com
https://blog. wordscope .com

Traduction de «verwijzende rechter merkt vervolgens » (Néerlandais → Français) :

De verwijzende rechter merkt vervolgens op dat het Hof van Cassatie, bij een arrest van 9 mei 2008, heeft geoordeeld dat de bepalingen van een akkoord dat tussen de Belgische en de Franse administratie is gesloten op grond van artikel 24, § 1, van de voormelde Overeenkomst van 10 maart 1964, een wet in de zin van artikel 608 van het Gerechtelijk Wetboek zijn.

Le juge a quo relève ensuite que, par arrêt du 9 mai 2008, la Cour de cassation a jugé que les dispositions d'un accord conclu entre les administrations belge et française sur la base de l'article 24, § 1 , de la Convention du 10 mars 1964 précitée constituent une loi au sens de l'article 608 du Code judiciaire.


Samen met de verwijzende rechter merkt het Hof echter op dat de in het geding zijnde bepalingen anders kunnen worden geïnterpreteerd zoals hij doet in de tweede prejudiciële vraag.

La Cour observe toutefois, avec le juge a quo, que les dispositions en cause peuvent faire l'objet d'une autre interprétation, comme celle qu'il retient dans la seconde question préjudicielle.


De betrokken plaatsvervangende raadsheer bij het hof van beroep, zevende beklaagde voor de verwijzende rechter, merkt in zijn memorie op dat de plaatsvervangende magistraten niet zijn opgenomen in de exhaustieve opsomming van artikel 479 van het Wetboek van strafvordering, zodat het daarin bepaalde « voorrecht van rechtsmacht » niet van toepassing zou zijn op die categorie van magistraten en, bijgevolg, de twee prejudiciële vragen zonder voorwerp zouden moeten worden verkl ...[+++]

Le conseiller suppléant à la cour d'appel concerné, septième prévenu devant le juge a quo, relève dans son mémoire que les magistrats suppléants ne figurent pas dans l'énumération exhaustive de l'article 479 du Code d'instruction criminelle, de sorte que le « privilège de juridiction » qui y est prévu ne serait pas applicable à cette catégorie de magistrats et que, partant, les deux questions préjudicielles devraient être déclarées sans objet.


De verwijzende rechter vermeldt vervolgens dat de vertrouwdheid van de rechtbank van koophandel met ondernemingsgeschillen en haar specifieke samenstelling een waarborg vormen voor de betrokken rechtzoekenden, die niet zonder redelijke verantwoording zou mogen worden ontzegd aan personen die zich in vergelijkbare omstandigheden bevinden.

Le juge a quo indique ensuite que l'expertise du tribunal de commerce dans les contestations entre entreprises et sa composition spécifique constituent une garantie pour les justiciables concernés, dont on ne pourrait priver sans justification raisonnable des personnes se trouvant dans des circonstances comparables.


Terecht merkt de verwijzende rechter op dat de situatie in de voorliggende zaak anders is, nu inmiddels met de totstandkoming van artikel 1476bis van het Burgerlijk Wetboek de wetgever ook het tegengaan van schijnsamenwoning betoogt.

C'est à juste titre que le juge a quo observe que la situation qui se présente dans l'affaire soumise à la Cour est différente, dès lors que, dans l'intervalle, depuis l'adoption de l'article 1476bis du Code civil, l'objectif du législateur consiste également à lutter contre la cohabitation de complaisance.


De Ministerraad is vervolgens van mening dat de tweede en de derde prejudiciële vraag geen antwoord behoeven in zoverre zij de artikelen 100/1 en 100/2 van het Gerechtelijk Wetboek beogen, daar het voor de verwijzende rechter bestreden koninklijk besluit alleen steunt op artikel 147, derde lid, van de wet van 1 december 2013.

Le Conseil des ministres considère ensuite que les deuxième et troisième questions préjudicielles n'appellent pas de réponse en ce qu'elles visent les articles 100/1 et 100/2 du Code judiciaire, l'arrêté royal attaqué devant le juge a quo n'étant fondé que sur le seul article 147, alinéa 3, de la loi du 1 décembre 2013.


De verwijzende rechter merkt echter op dat de wettelijk samenwonenden ten gevolge van de wijziging van artikel 12 van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 door de wet van 11 mei 2007 ' houdende wijziging van diverse bepalingen betreffende arbeidsongevallen, beroepsziekten en het asbestfonds met betrekking tot wettelijk samenwonenden ' (artikel 10) voortaan de voordelen genieten die bij die bepaling aan de echtgenoten zijn toegekend.

Le juge a quo observe toutefois que, par l'effet de la modification de l'article 12 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail par la loi du 11 mai 2007 « modifiant diverses dispositions relatives aux accidents du travail, aux maladies professionnelles et au fonds amiante, en ce qui concerne les cohabitants légaux » (article 10), les cohabitants légaux bénéficient désormais des avantages octroyés aux conjoints par cette disposition.


De verwijzende rechter merkte eveneens op dat niets aantoonde dat de veroordeelde van dat recht had afgezien.

Le juge a quo relevait encore que rien n'indiquait que la personne condamnée avait renoncé à ce droit.


De verwijzende rechter merkt op dat niets aantoont dat de veroordeelde van dat recht heeft afgezien.

Le juge a quo relève que rien n'indique que la personne condamnée ait renoncé à ce droit.


De verwijzende rechter merkt vervolgens op dat de in het Centrum geplaatste minderjarige, in tegenstelling tot de in een gemeenschapsinstelling geplaatste minderjarige, verblijft in een inrichting die voornamelijk wordt beheerd door personeel dat onder de federale Staat ressorteert, geen enkele opvoedende opdracht heeft en niet gebonden is door de verplichtingen opgelegd aan de actoren van de sector van de hulpverlening aan de jeugd door het decreet van de Franse Gemeenschap van 4 maart 1991 inzake hulpverlening aan de jeugd en, in het bijzonder, die welke voortvloeien uit de ethische gedragsregels inzake hulpverlening aan de jeugd.

Le juge a quo relève ensuite que, à la différence du mineur placé dans une institution communautaire, celui qui est placé dans le Centre réside dans un établissement dont la gestion est principalement assurée par du personnel relevant de l'Etat fédéral qui ne dispose d'aucune mission éducative et qui n'est pas tenu de respecter les obligations faites aux intervenants du secteur de l'aide à la jeunesse par le décret de la Communauté française du 4 mars 1991 relatif à l'aide à la jeunesse et, en particulier, celles qui découlent du Code de déontologie de l'aide à la jeunesse.




datacenter (28): www.wordscope.be (v4.0.br)

'verwijzende rechter merkt vervolgens' ->

Date index: 2024-11-24
w