15. verwijst naar zijn resoluties van 2 maart 2000 en 18 januari 2001; herhaalt zijn standpunt dat een evenwichtige deelneming van vrouwen en mannen aan het besluitvormingsproces een noodzakelijke voorwaarde is voor de goede werking van een democratische samenleving; herinnert eraan dat deze kwestie een van de vijf prioritaire doelstellingen is van de nieuwe raamstrategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen (2001-2005), die onder meer gericht is op gelijke deelname, niet alleen aan het politieke, maar ook aan het economische en sociale leven;
15. rappelant ses résolutions des 2 mars 2000 et 18 janvier 2001, réitère sa position en faveur d'une participation équilibrée des femmes et des hommes aux processus de prise de décision, comme élément indispensable pour assurer le bon fonctionnement d'une société démocratique; rappelle que cette question figure parmi les cinq priorités centrales de la nouvelle stratégie-cadre en matière d'égalité entre les femmes et les hommes (2001-2005), dont le champ d'application couvre l'égalité de la participation, aussi bien dans la vie politique que dans la vie économique et sociale;