In haar eindverslag schrijft de commissie daarover het volgende : « Hierdoor bevindt België zich in een paradoxale situatie : enkel de voorwaardelijke invrijheidstelling en de voorlopige invrijheidstelling om medische redenen maken het onderwerp uit van een wettelijke regelgeving, terwijl alle andere modaliteiten van uitvoering van de straf, die veel groter in aantal zijn, door ministeriële omzendbrieven geregeld worden».
Comme l'indique la commission dans son rapport final : « La Belgique se trouve donc dans une situation paradoxale : seule la libération conditionnelle et la libération provisoire pour raisons médicales font l'objet d'une réglementation légale, alors que toutes les autres modalités d'exécution de la peine, quantitativement beaucoup plus importantes, sont réglées par des circulaires ministérielles».