Dit gezegd zijnde kan ik het geacht lid bevestigen dat de thesauriebewijzen, uitgegeven overeenkomstig de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen, voor de toepassing van het Wetboek van de inkomstenbelastingen dienen te worden gerangschikt onder effecten gelijkaardig aan obligaties en kasbons, aangezien die bewijzen, ongeacht hun vorm, verhandelbare effecten zijn die een lening vertegenwoordigen die interest opbrengt of wordt uitgegeven met een disconto.
Cela étant, je puis confirmer à l'honorable membre que les billets de trésorerie émis conformément à la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trésorerie et aux certificats de dépôt, doivent être rangés, pour l'application du Code des impôts sur les revenus, parmi les titres analogues aux obligations et bons de caisse étant donné que ces billets constituent, quelle que soit leur forme, des titres négociables représentatifs d'emprunt portant intérêt ou émis avec un escompte.