Overwegende dat de in artikel 20 quater, lid 1, van Verordening nr. 136/66/EEG bedoelde organisaties van olijfolieproducente
n een minimumaantal leden moeten tellen of een
minimumpercentage van de olijvenproducenten of van de olijfolieproduktie moeten vertegenwoordigen; dat deze limieten verenigbaar moeten zijn met een doeltreffend optreden van de organisaties enerzijds en de controlecapaciteiten van de producerende Lid-Staten anderzijds; dat met het oog op een doeltreffend beheer van de organisaties aanvullende voorwaarden moeten
worden vastgesteld ...[+++]waaraan de olijvenproducenten die daarvan lid zijn, moeten voldoen; considérant que les organisations de producteurs d'huile d'olive visées à l'article 20 quarter paragraphe 1 du règlement no 136/66/CEE doivent être constituées par un nombre minimal de membre
s ou représenter un pourcentage minimal d'oléiculteurs ou de la production d'huile; que ces limites doivent être fixées à des niveaux qui tiennent compte, d'une part, du besoin d'une action efficace des organisations et, d'autre part, des possibilités de contrôle des États membres producteurs; que, afin d'assurer aux organisations une gestion efficace, il y a lieu de déterminer certaines conditions complémentaires que les oléiculteurs membres doive
...[+++]nt remplir;