Uit de stukken van de rechtspleging in het bodemgeschil en uit de door de eiser ten gronde ingediende memories blijkt dat deze de in het geding zijnde bepalingen verwijt, enerzijds, dat ze het mogelijk maken dat in de berekeningsbasis van de solidariteitsbijdrage de vóór 1 januari 1995 betaalde kapitalen worden ingesloten waardoor aldus een discriminatie in het leven wordt geroepen - die voortvloeit uit de keuze van een verouderde schaal, leidende tot aanzienlijk overdreven fictieve renten i
n verhouding tot de werkelijke rente die de betrokkenen
hadden kunnen genieten in plaa
...[+++]ts van een kapitaal - onder de begunstigden van voordelen geldend als aanvullend pensioen naargelang het genoemde voordeel is betaald in de vorm van een kapitaal of van een lijfrente, ten nadele van diegenen die het genoemde voordeel hebben geïnd in de vorm van een kapitaal en, anderzijds, dat die bepalingen op discriminerende wijze afbreuk doen aan het eigendomsrecht, gewaarborgd bij artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, doordat zij een afhouding opleggen bij de berekening waarvan rekening is gehouden met een fictieve rente die geacht wordt overeen te stemmen met een kapitaal van een groepsverzekering dat vóór 1 januari 1995 is uitbetaald.Il appert des pièces de la procédure antérieure et des mémoires introduits par le demandeur au fond que celui-ci reproche aux dispositions en cause, d'une part, de permettre que soient inclus dans la base de calcul de la cotisation de solidarité les capitaux payés avant le 1 janvier 1995 en créant ainsi une discrimination - provenant du choix d'un barème obsolète, aboutissant à des rentes fictives considérablement exagé
rées par rapport à la rente réelle dont les intéressés auraient pu bénéficier en lieu et place d'un capital - entre les bénéficiaires d'avantages tenant lieu de pension complémentaire selon que ledit avantage a été liquidé
...[+++] sous la forme d'un capital ou d'une rente viagère, au détriment de ceux qui ont perçu cet avantage sous la forme d'un capital et, d'autre part, de porter une atteinte discriminatoire au droit de propriété, garanti par l'article 1 du Premier Protocole additionnel à la Convention européenne des droits de l'homme, en imposant une retenue calculée en tenant compte d'une rente fictive censée correspondre à un capital d'assurance-groupe payé avant le 1 janvier 1995.