De Vlaamse Regering heeft getracht aan te tonen dat de in de artikelen 3.1.3 en 3.1.10 van het Grond- en pandendecreet bedoelde belastingverminderingen, rekening houdend met onder meer het indirecte effect ervan op de ondernemingen, afzonderlijk niet hoger lagen dan het bij de voormelde verordening (EG) nr. 1998/2006 vastgelegde plafond van 200 000 euro over drie belastingjaren.
Le Gouvernement flamand a tenté de démontrer que, compte tenu notamment de leur effet indirect sur les entreprises, les diminutions d'impôt visées aux articles 3.1.3 et 3.1.10 du décret attaqué ne dépassaient pas, isolément, le plafond de 200 000 euros sur trois exercices fiscaux, fixé par le règlement (CE) n° 1998/2006, précité.