In de Nederlandse rechtspraak van vóór de inwerkingtreding van de wet van 12 november 2009, werd door de burgerlijke rechtbanken aangenomen dat van de verdachte mag worden verlangd, dat hij de schadelijke gevolgen van zijn daad, waarmee een inbreuk is gemaakt op de lichamelijke integriteit van een ander, zoveel mogelijk beperkt.
Dans la jurisprudence néerlandaise antérieure à l'entrée en vigueur de la loi du 12 novembre 2009, les tribunaux civils ont admis que l'on demande au suspect qu'il limite au maximum les conséquences préjudiciables de l'acte par lequel il a porté atteinte à l'intégrité physique d'autrui.