D. overwegende dat in artikel 2 van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met Oezbekistan het volgende wordt vermeld: "Eerbiediging van de democratische beginselen, de beginselen van het volkenrecht en de mensenrechten, inzonderheid als vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties, de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, en de beginselen van de markteconomie, waaronder de beginselen die zijn opgenomen in de documenten van de CVSE-Conferentie van Bonn, vormen de grondslag van het interne en externe beleid van de partijen en zijn een essentieel onderdeel van het partnerschap en van deze overeenkomst",
D. whereas Article 2 of the PCA with Uzbekistan states that ‘Respect for democracy, principles of international law and human rights as defined in particular in the United Nations Charter, the Helsinki Final Act and the Charter of Paris for a New Europe, as well as the principles of market economy, including those enunciated in the documents of the CSCE Bonn Conference, underpin the internal and external policies of the Parties and constitute essential elements of partnership and of this Agreement’,