17. is verheugd dat de vrijheid van meningsuiting tijdens het Britse voorzitterschap tot centraal mensenrechtenthema werd verkozen; is bezorgd over het grote aantal journalisten die overal ter wereld, met name in China, Wit-Rusland, Cuba en Noord-Korea, veroordeeld worden vanwege vermeende laster jegens ambtenaren en politici; verzoekt de Raad als eerste stap voor een wereldwijd moratorium op een dergelijke opsluiting van journalisten te pleiten; beklemtoont echter dat vrijheid van meningsuiting het wederzijdse respect voor en het onderlinge begrip tussen de verschillende beschavingen niet uitsluit;
17. se félicite du choix de la liberté d'expression comme thème principal en matière de droits de l'homme pendant la présidence britannique; est préoccupé par le grand nombre de journalistes qui, dans le monde, notamment en Chine, au Belarus, à Cuba et en Corée du Nord, sont emprisonnés sous l'accusation de diffamation de fonctionnaires ou de responsables politiques; demande comme premier pas au Conseil de promouvoir un moratoire mondial sur de tels emprisonnements de journalistes; souligne cependant que la liberté d'expression n'exclut pas le respect et la compréhension mutuels entre civilisations différentes;