Art. 3. § 1. Nadat de Minister of de Voorzitter van het Directiecomité de gemotiveerde gunningsbeslissing heeft goedgekeurd, beschikken de titularissen vermeld in artikel 2, b) tot m), elk voor wat zijn/haar directie of dienst betreft, over de bevoegdheid om de administratieve acties uit te voeren zoals opgenomen in art. 1, 5° en 6°.
Art. 3. § 1 Après approbation de la décision motivée d'attribution par le Ministre ou le Président du Comité de direction, les titulaires mentionnés à l'article 2, b) à m) disposent, chacun en ce qui le concerne, du pouvoir d'exécuter les actions administratives visées à l'article 1, 5 et 6°.