Boost Your Productivity!Translate documents (Ms-Word, Ms-Excel, ...) faster and better thanks to artificial intelligence!
https://pro.wordscope.com
https://blog. wordscope .com
Acronym
Arrest HvJ EG
Arrest van het Hof
Arrest van het Hof EG
Arrest van het Hof van Justitie
Arrest van het Hof van Justitie EG
Europees Hof van Justitie
Hof van Justitie
Hof van Justitie EG
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Hof van Justitie van de Europese Unie
Hof van Justitie van de Europese Unie
HvJ
HvJEG
Raadsheer in de Hoge Raad
Raadsheer in het Hof van Cassatie
Rechter in het Grondwettelijk Hof
Rechter in het hooggerechtshof
Uitdrukkelijk
Uitdrukkelijk aanvaarden van een erfenis
Uitdrukkelijke aanvaarding van een erfenis
Uitdrukkelijke aanvaarding van een nalatenschap
Uitdrukkelijke bepaling
Uitdrukkelijke toelating

Traduction de «hof uitdrukkelijk » (Néerlandais → Français) :

TERMINOLOGIE
voir aussi les traductions en contexte ci-dessous
arrest van het Hof dat uitdrukkelijk het bestaan van een nieuw feit vastselt

arrêt de la Cour constatant expressément l'existence d'un fait nouveau


uitdrukkelijke toestemming van de president of van het Hof

autorisation expresse du président ou de la Cour


uitdrukkelijk aanvaarden van een erfenis | uitdrukkelijke aanvaarding van een erfenis | uitdrukkelijke aanvaarding van een nalatenschap

adition expresse d'un héritage


Hof van Justitie van de Europese Unie [ Europees Hof van Justitie | Hof van Justitie EG | Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen | Hof van Justitie van de Europese Unie (instelling) | HvJ [acronym] HvJEG ]

Cour de justice de l'Union européenne [ CJCE | CJUE [acronym] Cour de justice de l’Union européenne (institution) | Cour de justice des Communautés européennes | Cour de justice européenne | juridiction communautaire ]


arrest van het Hof (EU) [ arrest HvJ EG | arrest van het Hof EG | arrest van het Hof van Justitie (EU) | arrest van het Hof van Justitie EG ]

arrêt de la Cour (UE) [ arrêt CJCE | arrêt de la Cour (CE) | arrêt de la Cour de justice (CE) | arrêt de la Cour de justice (UE) ]


Hof van Justitie (EU) [ Hof van Justitie (instantie) ]

Cour de justice (UE) [ Cour de justice (instance) ]








raadsheer in de Hoge Raad | raadsheer in het Hof van Cassatie | rechter in het Grondwettelijk Hof | rechter in het hooggerechtshof

juge de la Cour suprême
TRADUCTIONS EN CONTEXTE
Onder voorbehoud van artikel 53, tweede punt, kan in het geval waarin het Hof een exceptie van niet-ontvankelijkheid krachtens artikel 18 of 19 onderzoekt, de aangezochte staat de tenuitvoerlegging van een verzoek gedaan op grond van dit hoofdstuk opschorten, in afwachting dat het Hof uitspraak doet, tenzij het Hof uitdrukkelijk heeft bepaald dat de aanklager de bewijsgaring overeenkomstig artikel 18 of 19 kan voortzetten.

Sans réserve de l'article 53, paragraphe 2, lorsque la Cour examine une exception d'irrecevabilité conformément aux articles 18 ou 19, l'État requis peut surseoir à l'exécution d'une demande faite au titre du présent chapitre en attendant que la Cour ait statué, à moins que la Cour n'ait expressément décidé que le Procureur pouvait continuer de rassembler des éléments de preuve en application des articles 18 ou 19.


Overeenkomstig artikel 95 van het Statuut kan de centrale autoriteit, ingeval het Hof een exceptie van niet-ontvankelijkheid krachtens artikel 18 of 19 van het Statuut onderzoekt, de tenuitvoerlegging van een verzoek gedaan op grond van de gerechtelijke samenwerking en bijstand opschorten in afwachting dat het Hof uitspraak doet, tenzij het Hof uitdrukkelijk heeft bepaald dat de aanklager de bewijsgaring overeenkomstig artikel 18 of 19 van het Statuut kan voortzetten.

Conformément à l'article 95 du Statut, lorsque la Cour examine une exception d'irrecevabilité conformément aux articles 18 ou 19 du Statut, l'autorité centrale peut surseoir à l'exécution d'une demande faite au titre de la coopération et de l'assistance judiciaire, en attendant que la Cour ait statué, à moins que la Cour n'ait expressément décidé que le Procureur pouvait continuer de rassembler des éléments de preuve en application des articles 18 ou 19 du Statut.


Onder voorbehoud van artikel 53, tweede punt, kan in het geval waarin het Hof een exceptie van niet-ontvankelijkheid krachtens artikel 18 of 19 onderzoekt, de aangezochte staat de tenuitvoerlegging van een verzoek gedaan op grond van dit hoofdstuk opschorten, in afwachting dat het Hof uitspraak doet, tenzij het Hof uitdrukkelijk heeft bepaald dat de aanklager de bewijsgaring overeenkomstig artikel 18 of 19 kan voortzetten.

Sans réserve de l'article 53, paragraphe 2, lorsque la Cour examine une exception d'irrecevabilité conformément aux articles 18 ou 19, l'État requis peut surseoir à l'exécution d'une demande faite au titre du présent chapitre en attendant que la Cour ait statué, à moins que la Cour n'ait expressément décidé que le Procureur pouvait continuer de rassembler des éléments de preuve en application des articles 18 ou 19.


In het arrest 73/2003 stelde het Grondwettelijk Hof uitdrukkelijk dat het niet aan het Hof, maar aan de wetgever toekomt om de bijzondere modaliteiten te bepalen die kunnen worden bepaald in de oude provincie Brabant.

Dans l'arrêt 73/2003, la Cour constitutionnelle a considéré expressément qu'il n'appartient pas à la Cour, mais au législateur, de déterminer les modalités particulières qui peuvent être fixées dans l'ancienne province du Brabant.


For more results, go to https://pro.wordscope.com to translate your documents with Wordscope Pro!
Dit voorstel wijzigt de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof om het Hof uitdrukkelijk bevoegd te maken om wetten, decreten en de in artikel 134 bedoelde regelen te toetsen aan het in artikel 143 van de Grondwet bedoelde principe van de federale loyauteit, en dit zowel in beroepen tot vernietiging als naar aanleiding van prejudiciële vragen.

La proposition de loi spéciale à l'examen modifie la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour Constitutionnelle en vue d'habiliter expressément cette dernière à contrôler la conformité des lois, décrets et règles visées à l'article 134 de la Constitution au regard du principe de la loyauté fédérale visée à l'article 143 de la Constitution, tant en ce qui concerne les recours en annulation qu'en ce qui concerne les questions préjudicielles.


Daarnaast voert de Vlaamse Regering aan dat het Hof niet bevoegd zou zijn om de verenigbaarheid na te gaan van een wetskrachtige norm met de formele motiveringsplicht (verzoekschrift in de zaak nr. 6191), aangezien het Hof niet zou kunnen toetsen aan een andere wet en omdat de werkingssfeer van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen zich niet zou uitstrekken tot de wetgevende handelingen.

Le Gouvernement flamand soutient en outre que la Cour n'est pas compétente pour vérifier la conformité d'une norme législative à l'obligation de motivation formelle (requête dans l'affaire n° 6191), étant donné que la Cour ne pourrait pas effectuer de contrôle au regard d'une autre loi et au motif que le champ d'application de la loi du 29 juillet 1991 relative à la motivation formelle des actes administratifs ne s'étendrait pas aux actes législatifs.


Moerman, E. Derycke en F. Daoût, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van rechter A. Alen, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 23 december 2014 in zake Tonia Tollenaere tegen de nv « AXA Belgium » en de nv « Generali Belgium », waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 13 januari 2015, heeft de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 3, derde lid, van de wet van 13 januari 2012 tot invoeging van artikel 110/1 in de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, wat de aanwijzing betreft van een begunstigde in een levensverzekeringsov ...[+++]

Moerman, E. Derycke et F. Daoût, assistée du greffier F. Meersschaut, présidée par le juge A. Alen, après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : I. Objet de la question préjudicielle et procédure Par jugement du 23 décembre 2014 en cause de Tonia Tollenaere contre la SA « AXA Belgium » et la SA « Generali Belgium », dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 13 janvier 2015, le Tribunal de première instance de Flandre orientale, division Gand, a posé la question préjudicielle suivante : « L'article 3, alinéa 3, de la loi du 13 janvier 2012 insérant un article 110/1 dans la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d'assurance terrestre, pour ce qui concerne la désignation du bénéficiaire d'un contrat d'assurance-vie, M.B. 24 févrie ...[+++]


B.11.4 Bij zijn arrest nr. 96/2011 werd het Hof ertoe gebracht de in het geding zijnde bepaling te toetsen in de situatie die door de verwijzende rechter aan het Hof is voorgelegd en heeft het zijn onderzoek uitdrukkelijk tot die situatie beperkt.

B.11.4. Par son arrêt n° 96/2011, la Cour a été amenée à contrôler la disposition en cause dans la situation qui lui a été soumise par le juge a quo et elle a expressément limité son examen à cette situation.


In een recent arrest van 21 mei 2015 heeft het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat het niet redelijkerwijze verantwoord was dat slachtoffers van een arbeidsongeval (of van een beroepsziekte) geen vordering tot schadevergoeding kunnen instellen tegen hun werkgever die de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk zwaarwichtig heeft overtreden, en die hiervoor in gebreke is gesteld, enkel omdat de administratie (sociale inspectie) het risico op verlies van de immuniteit niet uitdrukkelijk heeft vermeld in de ingebrekestelling (laatste voorwaarde van artikel 46).

Récemment, dans un arrêt du 21 mai 2015, la Cour constitutionnelle a estimé qu'il n'était pas raisonnable que des victimes d'un accident du travail (ou d'une maladie professionnelle) ne puissent pas intenter une action en dommages et intérêts contre leur employeur qui a gravement méconnu ses obligations en matière de bien-être et qui a été mis en demeure de se mettre en règle, au seul motif que l'administration (inspection sociale) n'a pas explicitement mentionné dans la mise en demeure le risque de la perte de l'immunité (dernière condition de l'article 46).


2. Rekening houdend met het arrest van het Hof van Justitie van 15 juli 2010, C-368/09, Pannon, r.o. 41, kan uw administratie de uitoefening van het recht op aftrek van de btw afhankelijk stellen van de bijkomende vermeldingen van artikel 5, §1, 7° van het voormelde koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde die niet uitdrukkelijk voorkomen in artikel 226 van de Richtlijn 2006/112/EG?

2. Compte tenu de l'arrêt de la Cour de Justice du 15 juillet 2010, C-368/09, Pannon, point 41, votre administration peut-elle subordonner l'exercice du droit à déduction de la TVA aux mentions supplémentaires énumérées à l'article 5, §1er, 7°, de l'arrêté royal n°1 précité du 29 décembre 1992 relatif aux mesures tendant à assurer le paiement de la taxe sur la valeur ajoutée, et qui ne figurent pas expressément à l'article 226 de la directive 2006/112/CE?


w