Die regeling werd verkozen boven een regeling waarbij een voorwaarde van goed zedelij
k gedrag en van het jaarlijks leveren van het bewijs daarvan zou zijn vereist, en zulks naar aanleiding van een opmerking van de Raad van State waarin wordt gesteld dat « het [ .] beter [ zou ] zijn te precisere
n dat die personen, wegens misdrijven tegen goederen of gewelddaden t
egen personen, niet veroordeeld mogen zijn tot een straf die een bepaa
...[+++]lde strafmaat te boven gaat » (Parl. St., Senaat, 1988-1989, nr. 775-1, p. 52).
Ce régime a été préféré à celui dans lequel aurait été exigée une condition d'être de bonnes conduite, vie et moeurs et d'en rapporter la preuve annuellement et ce, à la suite d'une observation du Conseil d'Etat indiquant que « mieux vaudrait préciser que les personnes concernées ne doivent pas avoir fait l'objet d'une condamnation à une peine dépassant un certain taux du chef d'infraction contre les biens ou de violence contre les personnes » (Doc. parl., Sénat, 1988-1989, n° 775-1, p. 52).