In het oorspronkelijke voorontwerp (dat aan de Raad van State werd voorgelegd voor advies) werden twee drempels vastgelegd, namelijk 50 euro per jaar wanneer de duur van de kredietovereenkomst een jaar of meer bedraagt en 4,17 euro per maand wanneer de kredietovereenkomst een looptijd heeft van minder dan een jaar.
Dans l'avant-projet initial (soumis à l'avis du Conseil d'État), deux seuils avaient été déterminés, à savoir 50 euros sur une base annuelle lorsque la durée du contrat de crédit est d'un an ou plus, et 4,17 euros sur une base mensuelle, si la durée du contrat de crédit est inférieure à un an.