In dat opzicht beschikken de lidstaten over een ruime beoordelingsmarge, niet alleen bij de beslissing welke van meerdere doelstellingen van sociaal beleid en werkgelegenheidsbeleid zij specifiek willen nastreven, maar ook bij het bepalen van de maatregelen waarmee die doelstelling kan worden verwezenlijkt (zie HvJ, 19 juni 2014, Specht e.a., C-501/12 tot C-506/12, C-540/12 en C-541/12, punt 46).
A cet égard, les Etats membres « disposent d'une large marge d'appréciation dans le choix non seulement de la poursuite d'un objectif déterminé parmi d'autres en matière de politique sociale et de l'emploi, mais également dans la définition des mesures susceptibles de le réaliser » (voy. CJUE, 19 juin 2014, Specht e.a., C-501/12 à C-506/12, C-540/12 et C-541/12, point 46).