4. wijst erop dat de preambule in haar huidige vorm helaas nog steeds juridische onduidelijkheid laat bestaan ten aanzien van de reikwijdte van de gelijke bescherming van rechten voor iedereen, de scheiding van kerk en staat, en de persvrijheid als individueel recht in plaats van louter een verplichting voor de overheid; verklaart andermaal dat het zijn stellige overtuiging is dat eenieder recht heeft op dezelfde bescherming van zijn rechten, ongeacht godsdienst, seksuele gerichtheid en etnische of sociale afkomst, waarbij artikel 21 van het Handvest van de grondrechten als voorbeeld moet dienen;
4. souligne à regret que la version actuelle du préambule ne lève toujours pas l'ambiguïté juridique quant à la portée du principe de protection égale des droits de chaque citoyen, de séparation de l'Église et de l'État, de liberté de la presse en tant que droit individuel et non en tant qu'obligation de l'État; répète sa ferme conviction que chaque citoyen a droit à une protection égale de ses droits, quel que soit le groupe sociétal - religieux, sexuel, ethnique ou autre - auquel il appartient, conformément à l'article 21 de la Charte des droits fondamentaux;