De Commissie verklaart de daling van het benuttingspercentage door het in vergelijking met het vorige protocol grotere aantal vaartuigen (79 in plaats van 57). In haar evaluatiedocument wijst ze erop dat het gemiddelde, na het uitzonderlijke jaar 1995, toen de vangsten 70.000 ton bedroegen, schommelde tussen de 20.000 en 30.000 ton per jaar, m.a.w. aanzienlijk minder dan de referentiehoeveelheid van 46.000 ton.
Dans son document d'évaluation, la Commission déclare que, après l'année 1995, qui fut exceptionnelle (les captures s'élevèrent à 70 000 tonnes), la moyenne se situa entre 20 000 et 30 000 tonnes par an ou, en d'autres termes, bien en dessous du poids de référence de 46 000 tonnes.