I
n verband met het eerste lid, dat betrekking heeft op de controle door het openbaar ministerie wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand « twijfels » heeft, valt niet alleen op te merken dat in het ontwer
p met een bijzonder vaag begrip wordt gewerkt, maar ook dat in de tekst een echte beslissingsbevoegdheid wordt opgedragen aan magistraten door wie niet w
ordt uitgeoefend en trouwens niet mag worden uitgeoefend de rechtsprekende functie van de hove
...[+++]n en rechtbanken van de rechterlijke orde in een aangelegenheid burgerlijke zaken welke krachtens artikel 144 van de Grondwet alleen aan die hoven en rechtbanken is opgedragen.
En ce qui concerne l'alinéa 1 portant sur le contrôle du ministère public en cas de « doute » de l'officier de l'état civil, il y a lieu de constater non seulement que le projet fait référence à une notion particulièrement floue, mais aussi que le texte confère un véritable pouvoir de décision à des magistrats n'exerçant pas et ne pouvant d'ailleurs pas exercer la fonction juridictionnelle réservée aux cours et tribunaux de l'ordre judiciaire dans une matière la matière civile qui leur est réservée en vertu de l'article 144 de la Constitution.