Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat met betrekking tot de draagwijdte van artikel 12bis, § 3, van de wet van 27 maart 1995, ingevoegd bij artikel 20 van de wet van 22 februari 2006, een onderscheid is gemaakt tussen de werkzaamheid van de verzekeringstussenpersoon in de zin van de wet van 27 maart 1995 en die van de advocaat (Integraal Verslag, Kamer, vergadering van 12 januari 2006, nr. 186, p. 46), zodat laatstgenoemde niet als verzekeringstussenpersoon kan worden aangemerkt.
Des travaux préparatoires, il apparaît qu'en ce qui concerne la portée de l'article 12bis, § 3, de la loi du 27 mars 1995, inséré par l'article 20 de la loi du 22 février 2006, une distinction a été opérée entre l'activité de l'intermédiaire d'assurances au sens de la loi du 27 mars 1995 et celle de l'avocat (C. R.I ., Chambre, séance du 12 janvier 2006, n° 186, p. 46), de sorte que celui-ci ne peut être qualifié d'intermédiaire d'assurances.