19. estime que l'amélioration de la sécurité doit être perçue de façon globale et s'appliquer non seulement au domaine de la protection civile, mais aussi en matière alimentaire, industrielle, de transport, d'énergie (en particulier en matière nucléaire) et en matière d'aménagement du territoire, de façon à prendre en compte les aspects de santé publique et d'environnement;
19. vindt dat vergroting van de veiligheid globaal moet worden gezien en niet alleen van toepassing moet zijn op het gebied van de civiele bescherming, maar ook op de gebieden voeding, industrie, vervoer, energie (in het bijzonder kernenergie) en ruimtelijke ordening, in die zin dat rekening wordt gehouden met volksgezondheids- en milieu-aspecten;