Moeten artikel 1, lid 2, eerste zin, en artikel 73, van richtlijn 2006/112 aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale bepaling of praktijk op grond waarvan voor de exploitatie van speelautomaten waarmee geld kan worden gewonnen de kasinhoud („elektronisch getelde kas”) van de automaat na afloop van een bepaalde periode als maatstaf van heffing wordt gehanteerd?
Are the first sentence of Article 1(2) and Article 73 of Directive 2006/112 to be interpreted as precluding a national provision or practice whereby, in the operation of gaming machines offering the possibility of winning, the content of the machine’s cash box (‘electronically counted cash box’) serves as a basis of assessment after a certain period of time?