1. De lidstaten kunnen besluiten artikel 10, leden 1, 2 en 3 niet toe te passen wanneer bij een besluit van het bestuurs- of leidi
nggevend orgaan een inbreng anders dan in geld plaatsvindt in de vorm van effecten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 18) van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten*, of in de vorm van geldmarktinstrumenten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 19) van die richtlijn en die effecten of geldmarktinstrumenten worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde koers waartegen zij gedurende
...[+++]een toereikende, volgens de nationale wetgeving te bepalen periode voorafgaand aan het plaatsvinden van de inbreng anders dan in geld op één of meer gereglementeerde markten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14) van genoemde richtlijn zijn verhandeld.1. Member States may decide not to apply Article 10(1), (2) and (3) where, upon a decision of the administrative or th
e management body, transferable securities as defined in Article 4(1)(18) of Directive 2004/39/EC of the European Parliament and of the Council of 21 April 2004 on markets in financial instruments * or money-market instruments as defined in Article 4(1)(19) of that Directive are contributed as consideration other than in cash, and those securities or money-market instruments are valued at the weighted average price at which they have been traded on one or more regulated market(s) as defined in Article 4(1)(14) of that Dir
...[+++]ective during a sufficient period, to be determined by national law, preceding the effectuation of the respective consideration other than in cash .