Een embryo heeft geen belangen als zodanig, maar geniet uitsluitend beschermwaardigheid als voorloper van een toekomstige persoon. In deze optiek bestaat er dus na ouderlijke toestemming voor onderzoek, geen ethisch onderscheid tussen « overtallige embryo's » en « onderzoeksembryo's ».
En conclusion, pour cette vision du statut de l'embryon, celui-ci n'a pas d'intérêt comme tel, mais acquiert une « valeur à protéger » seulement comme personne à venir.