De Grondwetgever heeft een pariteit geëist van Nederlandstaligen en Franstaligen en de in het geding zijnde wet garandeert dat de groep magistraten, per college, minstens een lid telt van een hof of een openbaar ministerie bij een hof, een lid van de zetel, een lid van het openbaar ministerie en een lid per rechtsgebied van het hof van beroep.
Le Constituant a exigé une parité entre néerlandophones et francophones et la loi en cause garantit que le groupe de magistrats compte, par collège, au moins un membre d'une cour ou du ministère public près une cour, un membre du siège, un membre du ministère public et un membre par ressort de la cour d'appel.